Europees staalgebruikers verzetten zich tegen geplande invoertariefverhoging

De EU-maatregel en de reactie van de industrie

De Europese Commissie stelde in oktober voor om het aantal staalimporten dat zonder invoerrechten mag worden uitgevoerd, bijna te halveren, terwijl ook de heffingen op verdere invoer verdubbeld zouden worden. Deze beweging werd positief ontvangen door de Europese staalproducenten, die het zagen als een “ware redder” in de strijd tegen Chinese overproductie, die volgens hen de wereldmarkten overspoelt en de prijzen onder druk zet tot onhoudbare niveaus.

De industrie, die onder andere voertuigen en blikjes produceert, verwelkomde de maatregel als een noodzakelijke stap om de Europese markt te beschermen. Echter, de afnemers binnen Europa reageerden minder enthousiast op het voorstel. Zij waarschuwden dat de kosten voor extra invoertarieven tussen de 5 en 9 miljard euro per jaar kunnen oplopen, op voorwaarde dat de importniveaus gelijk blijven aan die van 2024, vooral omdat meer import buiten de quota zou vallen.

De verwachte economische impact

De belangenbehartigingsgroepen schatten dat de prijsstijging mogelijk veel hoger zal uitvallen dan de door de Europese Commissie voorspelde gemiddelde van 3,25%. In sommige productcategorieën kan de stijging oplopen tot wel 30%. Deze prijsverhoging zou het lastiger maken om staal te verkrijgen voor gespecialiseerde industriële toepassingen en pleiten voor minder strikte regels omtrent de herkomst van materialen.

Ook waarschuwen de verenigingen dat sterk geïntegreerde leveringsketens binnen de EU mogelijk onevenredig worden getroffen door de voorgestelde tarieven. Ze vinden dat landen zoals Zwitserland, dat nauw verbonden is met Europese toeleveringsketens, vrijgesteld zouden moeten worden van de nieuwe invoertarieven.

Politieke vervolgfases en verdere behandeling

Volgens de huidige planning bevindt het voorstel zich nu bij het Europees Parlement. Nadat de leden van het parlement een gezamenlijk standpunt hebben vastgesteld, zullen de onderhandelaars van het Europees Parlement in laatste instantie overleggen met de Raad van de EU, waarin de nationale regeringen vertegenwoordigd zijn. De ministers hebben in half december al de onderhandelingsbevoegdheid van de Raad goedgekeurd, inclusief de mogelijkheid om de tarieven en quota aan te passen zodat de concurrentiekracht van downstream-industrieën niet wordt ondermijnd.

De uiteindelijke beslissing hangt af van de onderhandelingen die nog moeten volgen. Het is de verwachting dat, zodra er overeenstemming is, de maatregelen in werking kunnen treden en mogelijk de volledige impact op de Europese industriële sectors zullen bepalen.