De nieuwe Europese veiligheidscoalitie: migratie en defensie in een fragiele unie

De uitdaging van Europese solidariteit in tijden van crisis

In tijden van crisis blijkt de cohesie binnen de Europese Unie vaak fragiel. Brussel worstelt om unanieme steun te verkrijgen voor een gemeenschappelijk veiligheidsbeleid, terwijl de diepe verdeeldheid tussen oosten en zuiden van het continent wordt vergroot. Een belangrijke strategie wordt steeds meer de integratie van migratie in het defensiebeleid, ondanks de controverse die hier vaak mee gepaard gaat.

Deze verschuiving is niet het gevolg van volledige overeenstemming onder de lidstaten over de plaats van migratie binnen het veiligheidsdomein, maar eerder een poging om een gemeel­lijke taal te vinden voor een verder verdeeld blok. Historisch gezien slaagt de Europese solidariteit er slechts zelden in om stand te houden op momenten van grootste nood.

De EU splitste in reactie op de financiële crisis van 2008, terwijl de lidstaten in 2015 maanden aarzelen voordat ze vluchtelingen opnamen. Tijdens de eerste golf van de COVID-19-pandemie sloten buren hun grenzen en zochten ze naar medische benodigdheden, waarna coördinatie op EU-niveau tijdelijk werd gezocht.

De regionale breuklijnen: oost versus zuiden

De meest recente breuklijn binnen de Unie ligt tussen oost en zuiden. Sinds de inval van Rusland in Oekraïne verschillen lidstaten niet alleen over de wijze van reactie, maar ook over wat precies het doel is van dat antwoord. Voor Oost-Europese staten vormt de dreiging een concreet, territoriaal en existentieel risico, terwijl veel zuidelijke landen te maken hebben met een langdurige, vaak gebundeld buiten Europa aangekondigde problematiek zoals instabiliteit in het Midden-Oosten, Libië, de Sahel-regio en de Hoorn van Afrika. Daarbij spelen ook terrorisme en de exploitatie van migratie een grote rol.

De Europese Commissie probeert hiermee een eenzijdige consensus te vinden, onder meer door plannen te ontwikkelen voor een zelfverdedigende Unie tegen 2030. Toch ondervinden haar pogingen weerstand, doordat de visies op veiligheid afhankelijk zijn van geografische belangen.

De complexe politiek rond defensie en veiligheid

De politiek rondom defensie bemoeilijkt de missie, aangezien nationale hoofdsteden nog altijd een grote invloed willen behouden op wat traditioneel gezien een taak van staten was. De Commissie beweegt zich daarom op een gevoelig terrein, waarbij de nationale belangen zwaar wegen en het proces langzaam verloopt.

Verdeeldheid en toenadering: Oost versus Zuid

In september presenteerde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen een ambitieus plan voor de versterking van de oostflank van de Europese Defensie, gericht op het afschermen van de Unie tegen Rusland. Dit voorstel was vooral gericht op landen die het dichtst bij Moskou liggen en zich bedreigd voelen door mogelijke escalaties in Oekraïne.

Niet alle lidstaten vinden deze focus even wenselijk. Zo waarschuwde de Italiaanse minister-president Giorgia Meloni in oktober dat het versterken van de oostelijke flank niet ten koste mag gaan van de veiligheidsbehoeften in het zuiden van Europa, waar gebieden zoals het Midden-Oosten, Libië, de Sahel en de Hoorn van Afrika veel te maken hebben met instabiliteit, terrorisme en migratieproblemen.

Kort daarna introduceerde de Europese Defensiecommissaris Andrius Kubilius een alternatief voorstel voor een Zuid-Mediterrane Flank, bedoeld om de zuidelijke regio’s te beschermen en mogelijk een anti-drone systeem te gebruiken om gemilitariseerde migratie in te dammen. Of dit voorstel een serieuze beleidslijn wordt of vooral een politieke geste, blijft onderwerp van discussie. Wat zeker is, is dat Brussel de grens tussen defensie, veiligheid en migratie verder aan het vervagen is, met het oog op het bouwen van een ‘Fort Europa’.

De rol van Malta en de discussie over migratie

Malta, strategisch gelegen in de Middellandse Zee, steunt het idee van een defensieprogramma dat inspeelt op de regio’s behoefte aan stabiliteit. In een officiële verklaring aan Euractiv benadrukte het land dat de instabiliteit in Afrika en het Midden-Oosten aanleiding geeft tot zorgen over <=illegale migratiestromen.

Defensie versus veiligheid: migratie als bedreiging?

Een fundamentele vraag binnen deze discussie is of illegale migratie als eenzelfde soort dreiging moet worden beschouwd als Rusland. Carlo Masala, hoofd van het Centrum voor Inlichtingen- en Veiligheidsonderzoek aan de Duitse krijgsmacht Universiteit in München, wijst erop dat de lidstaten van de Middellandse Zee zorgen delen over migratie en dat ze willen dat hun maatregelen niet alleen op humanitair vlak worden genomen, maar ook meetellen voor defensie-uitgaven.

Deze scheiding tussen defensie en veiligheidsbeleid begint te vervagen. Tijdens de NAVO-top in juni spraken de lidstaten af om minimaal 5% van hun bbp aan defensie uit te geven, waarvan 1,5% wordt gereserveerd voor infrastructuur en andere niet-direct onder defensie vallende projecten. Een NAVO-woordvoerder stelde dat uitgaven voor het “bestreden van illegale migratie” binnen dat percentage kunnen worden meegenomen.

Het gebruik van taal en de hybridisering van dreigingen

De termen die worden gebruikt om militaire dreigingen te beschrijven versus die rond migratie worden vaak door elkaar gehaald. Bijvoorbeeld, Frontex, de EU-grensbewakingsorganisatie, beschrijft de instrumentalisering van migratie als een hybride dreiging. Deze term kreeg extra gewicht na de gebeurtenissen in 2023, toen Rusland migranten gebruiktde aan de Belarusische grens om druk uit te oefenen op de oostgrenzen van de EU.

Volgens onderzoeker Davide Colombi van het Centrum voor Europese Beleidsstudies in Brussel, helpt het aanduiden van migratie als hybride bedreiging om de politieke discussie te sturen en ruimte te scheppen voor een grotere rol van defensieve instanties bij migratiebeheer.

De securitisering van migratie

De plannen voor de oostflank, zoals beschreven in de Europese Veiligheidsstrategie, lijken sterk op militaire projecten: meer surveillance, meer drones en een nauwere samenwerking langs de oostgrens van de EU. Maar hoe die plannen zich vertalen naar de Middellandse Zee, is nog onduidelijk.

Alessandro Marrone van het Istituto Affari Internazionali in Rome denkt dat de oplossing ligt in betere coördinatie tussen bestaande missies, zoals Italia’s Mediterraneo Sicuro, de EU’s IRINI-operatie en NAVO’s Sea Guardian. Door informatie-uitwisseling te versterken, kunnen deze operaties effectiever worden.

Ook ziet hij Frontex als de natuurlijke organisatie om migratieroutes beter te monitoren. Lidstaten overwegen de EU-grensorganisatie te voorzien van nieuwe capaciteiten, waaronder drone-operaties en AI-gestuurde surveillance. Ursula von der Leyen stelde voor om het aantal medewerkers van Frontex te verdrievoudigen tot 30.000 tegen 2027.

Voorlopig bevindt zuidelijk Europa zich in een moeilijke positie in het Europese debat over defensie: erkend als kwetsbaar, maar zonder een duidelijk, gedeeld plan dat urgentie uitstraalt.