Rapport over doden bij protesten in Iran: Toenemende zorgen over gewelddadige onderdrukking

Uitbreiding van het geweld en het aantal slachtoffers

Volgens rapporten van mensenrechtenorganisaties is het aantal döden in Iran tijdens de recente protesten aanzienlijk gestegen. Minstens 192 demonstranten zijn dodelijk getroffen, wat de omvang van de onrust sinds meer dan drie jaar weerspiegelt. Deze protesten vormen de grootste oppositie tegen de islamitische republiek sinds de protestgolf die begon als reactie op de stijgende kosten van levensonderhoud. Inmiddels richten de demonstraties zich niet alleen op economische problemen, maar zijn ze uitgegroeid tot een breed verzet tegen het theocratische regime dat sinds de revolutie van 1979 aan de macht is.

De aard van de protesten en de overheidsreactie

De protesten, die nu al twee weken duren, worden gekenmerkt door massale bijeenkomsten in steden zoals Teheran en Mashhad. De actiegroepen worden geconfronteerd met een harde onderdrukking waardoor het internet sinds meer dan 60 uur is uitgeschakeld, wat de communicatie bemoeilijkt. Desondanks blijven video’s van de demonstraties via alternatieve netwerken circuleren, met beelden van voertuigen in brand en grote groepen die de straat op gaan. Betrouwbare bronnen bevestigen dat tijdens de protesten meerdere demonstranten en politieagenten om het leven zijn gekomen.

Betrokkenheid en reports van slachtoffers

Volgens het Centre for Human Rights in Iran (CHRI), een buitenlandse NGO gevestigd in Noorwegen, zijn er aanwijzingen dat honderden mensen zijn gedood sinds het begin van de internetblokkade. Video’s die door AFP zijn geverifieerd tonen massa’s die samenscholen en demonstraties die al enkele nachten doorgaan. Ook circuleren er beelden, alhoewel niet allemaal door AFP bevestigd, van familieleden die in teheronse mortuaria lijken identificaties te maken van dode protesters. De situatie in ziekenhuizen is kritiek, met overvolle faciliteiten en tekort aan bloedtransfusiemateriaal, omdat velen van de doden mogelijk doelbewust in de ogen zijn geschoten.

De interne en internationale reactie op de situatie

De Amerikaanse organisatie Human Rights Activists News Agency meldt dat de dood van 116 mensen is bevestigd in verband met de protesten, onder wie 37 leden van de veiligheidsdiensten. De Iraanse staatstelevisie toont beelden van funerals voor de recent overleden veiligheidsmensen. Daarbij worden ‘opstanden’ en ‘vernielingen’ door de autoriteiten veroordeeld. De Iraanse president Masoud Pezeshkian roept de bevolking op om de rust te bewaren en te vertrouwen op de rechtvaardigheid van de regering. Tegelijkertijd worden massale arrestaties gemeld, zonder dat exacte cijfers bekend zijn.

Politieke en militaire interpretaties van de situatie

De exiled prins Reza Pahlavi roept op tot nieuwe acties en heeft zich uitgesproken over de situatie. De Amerikaanse president Donald Trump uitte steun voor de protesten en waarschuwde dat de VS militaire maatregelen zouden kunnen nemen indien de Iraanse regering het confrontatieprogramma voortzet. De Iraanse parlementair Mohammad Bagher Ghalibaf verklaarde dat Iran zou terugvechten bij een militaire aanval en noemde dat de Amerikaanse militaire bases en scheepvaart doelen zouden zijn. Hij verwees daarbij ook impliciet naar Israël, dat niet erkend wordt door Iran en dat wordt beschouwd als een bezet Palestijns gebied.