Subsidies in plaats van netwerken hervormingen
In heel Europa worden regeringen geconfronteerd met de uitdaging om structurele problemen in het continentale elektriciteitsnet aan te pakken. In antwoord hierop investeren zij momenteel recordbedragen aan subsidies in hun energiesystemen. Deze maatregelen markeren een trend waarin subsidies, en niet de hervorming van het elektriciteitsnet, de prioriteit lijken te krijgen. Tegen 2026 zullen deze subsidies het uitgangspunt vormen, terwijl de plannen voor grootschalige netwerken in de wacht staan.
De komende jaren worden gezien als een cruciale periode. De Europese Unie streeft ernaar om meer controle over de nationale netwerken over te dragen, met als doel de elektriciteitsprijzen te verlagen. Het kost naar schatting 1,2 biljoen euro tot 2050 om Europa’s stroomnet klaar te maken voor alle burgers. Volgens een denktank kan er 560 miljard euro bespaard worden als er een ‘noordenster’ netwerkplan kan worden ontwikkeld en beheerd vanuit Brussel. Energiecommissaris Dan Jørgensen heeft dat getal erkend.
Beleidsvooruitzichten en reactie van lidstaten
De energiespecialisten van Brussel zullen in de komende weken hun visie presenteren voor hervormingen. Op dit moment worden de regels omtrent grensoverschrijdende elektriciteitshandel herzien, hoewel deze herzieningen achter gesloten deuren plaatsvinden. Grote lidstaten tonen echter weinig enthousiasme voor de nieuwe koers, wat wijst op hun terughoudendheid om afstand te doen van nationale controle.
Huidige vooral korte termijn oplossingen
In plaats van overkoepelende hervormingen te implementeren, kiezen landen zoals Duitsland voor ‘kortetermijnband-aids’, aldus Andreas Fischer, senior econoom aan het Cologne Institute for Economic Research. Zijn schattingen geven aan dat Berlin meer dan 30 miljard euro in de energiesector zal investeren om de prijzen te verlagen. Dit omvat ongeveer 6,5 miljard euro aan subsidies voor netkosten, circa 15 miljard voor hernieuwbare energieprojecten, en een speciale 1,5 miljard euro tariefsregeling voor de industrie.
Frankrijk steekt bijna 11 miljard euro in haar capaciteitmarkt, industriële en hernieuwbare subsidies. Polen besteedt 3 miljard euro aan haar eigen marktmechanisme en voor het terugbetalen van CO2-kosten voor zware industrie. Oostenrijk reserveert 500 miljoen euro om elektriciteitstaksen voor een jaar te verlagen. Portugal heeft als eerste land zich uitgesproken tegen de huidige subsidies, met de opmerking dat landen die veel meer kunnen investeren en het publieke geld gebruiken, de elektriciteit kunstmatig goedkoop maken.
Reacties en beleid vanuit de Europese Commissie
De Europese Commissie wilde zich niet uitspreken over specifieke gevallen, maar heeft wel een nieuw subsidiekader ontwikkeld, dat informeel bekendstaat als CISAF. Dit kader geeft EU-lidstaten meer ruimte om energie subsidies toe te kennen. Brandenburgs jaarlijkse subsidie van 1,5 miljard euro voor industriële elektriciteit is gebaseerd op de veranderingen in de staatssteunregels die door Ribera zijn ingevoerd.
In minder dan twaalf maanden sinds de invoering van CISAF heeft Brussel goedkeuring gegeven aan subsidies ter waarde van 18,4 miljard euro onder de nieuwe regels. Dit zonder rekening te houden met het Duitse subsidieprogramma, dat nog niet officieel is goedgekeurd.
Blokkades voor energiereformering
Voor nationale beleidsmakers lijkt het prioriteren van subsidies boven uitgebreide marktveranderingen de norm te zijn geworden. Berlijn heeft zich uitgesproken tegen het afschaffen van de éénprijs energie, ondanks druk vanuit buurlanden en de toezichthouder ACER. Parijs weerstaat hervormingen die gericht zijn op het doorbreken van de voortdurende knelpunten bij de grensoverschrijdende kabels in de Pyreneeën.
Andreas Jahn, van de organisatie RAP, stelt dat zolang men probeert de economie te vermijden, men niet in staat zal zijn om echte verbeteringen door te voeren. Alleen door mogelijk pijnlijke hervormingen kunnen politici de elektriciteitsprijzen op de lange termijn verlagen, aldus Fischer.
Desondanks blijven leiders in Berlijn bezig met oude ideeën, zoals gesubsidieerde industrietarieven en nieuwe gascentrales, terwijl ze verkiezingsbeloftes om energietaksen voor huishoudens te verlagen, in de la schuiven. Een langjarige beleidsdeelnemer benadrukt dat het energiebeleid in Duitsland wordt geleid door incompetentie, gebrek aan ideeën en een ontbreken van een concreet plan. In plaats van vast te houden aan oude ideeën, zouden de lidstaten moeten laten zien dat ze door de EU gewekt kunnen worden, zegt Jahn. Volgens hem beschikt Brussel momenteel over beter doordachte ideeën dan de lidstaten zelf.









